Geschiedenis van de NVOG

De oprichting
In januari 1887 werd de ‘Amsterdamsche Gynaecologische Vereeniging’ opgericht, met als voorzitter hoogleraar Gerrit van der Mey. Toen prof. Hector Treub uit Leiden als gast op de vergadering van 16 november 1887 voorstelde de vereniging ook open te stellen voor vakgenoten uit de rest van het land, werd zijn voorstel door de acht aanwezigen unaniem aanvaard en werd de ‘Nederlandsche Gynaecologische Vereeniging’ geboren.

De ontwikkeling van de vereniging
De vereniging, in 1965 omgedoopt tot de ‘Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie’, had vanaf het begin het karakter van een wetenschappelijk genootschap. De oprichters waren ervan overtuigd dat regelmatige uitwisseling van ervaringen niet alleen nuttig was voor de individuele gynaecoloog, maar ook voor de verdere ontwikkeling van het vakgebied. De eerste voorzitter was Gerrit van der Mey, hoogleraar in Amsterdam, toen pas 32 jaar oud. Samen met Hector Treub vormde hij een sterk duo. Van der Mey overleed helaas reeds op 44-jarige leeftijd. Treub volgde hem op als hoogleraar in Amsterdam en was de grote voortrekker van de vereniging tot het jaar van zijn dood in 1920.

De vereniging was en is het forum waar steeds weer nieuwe mogelijkheden en inzichten worden besproken, die enthousiast maar kritisch worden ontvangen. Veel leden droegen actief bij aan de introductie en ontwikkeling van nieuwe technieken. Vanaf 1995 ontwikkelt de vereniging richtlijnen voor de behandeling van gynaecologische en obstetrische problemen. Het bereiken van consensus over de beste aanpak bij de stand van de wetenschap op dat moment is een steun voor de individuele gynaecoloog, en biedt houvast bij juridische problematiek.

Vrouwelijke leden
Het eerste vrouwelijke lid van de vereniging was Catharine van Tussenbroek. Zij was de tweede vrouwelijke arts in Nederland, na Aletta Jacobs, en werd net als deze door de nood van de tijd gedrongen zich speciaal om het lijden van haar seksegenoten te bekommeren. Van 1895 tot 1915 was Van Tussenbroek secretaris van de vereniging. Jozien Holm werd in 1995 de eerste vrouwelijke voorzitter van de vereniging en in 1996 de eerste vrouwelijke hoogleraar in de Obstetrie en Gynaecologie.
Vele jaren schommelde het percentage vrouwelijke leden rond de tien, maar eind vorige eeuw veranderde dat (zie tabel). Vanaf 2012 is is het percentage mannelijke en vrouwelijke gynaecologen gelijk en was van de assistenten in opleiding maar liefst 83% vrouw.

Jaar Aantal leden Van wie vrouw Percentage
1887 9 1 11
1938 88 10 12
1950 151 21 14
1972 342 40 11
1986 650 63 10
2012 902 447 50
2012 –
In opleiding
348 289 83


De vereniging anno nu
Van een klein groepje bevlogen pioniers in 1887 is de huidige Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) uitgegroeid tot een krachtige professionele vereniging. Het NVOG-bestuur geeft samen met het NVOG-bureau leiding aan een organisatie van ongeveer vijftig werkgroepen en commissies, verzameld in vier koepels en vier pijlers. Gesteld mag worden dat de vereniging in de bloei van haar leven verkeert en alle reden heeft de toekomst vol vertrouwen tegemoet te zien.

In de Geschiedenis van de NVOG geven we een uitgebreidere beschrijving van de de ontwikkelingen van het vakgebied door de jaren heen.