Update standpunt ‘Vaccinatie tegen COVID-19 rondom zwangerschap en kraambed’

Geplaatst op 22 april 2021

Op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten is het standpunt ‘Vaccinatie tegen COVID-19 rondom zwangerschap en kraambed’ aangepast.
Zwangere vrouwen met COVID-19 hebben een groter risico op het ontwikkelen van een ernstig verloop van de ziekte. Uit veiligheidsoverweging gold voorheen het advies om zwangere vrouwen te vaccineren alleen voor kwetsbare zwangere vrouwen met onderliggende ernstige aandoeningen. Inmiddels weten we dat in de Verenigde Staten nu 90.000 zwangere vrouwen zijn gevaccineerd met een van de mRNA-vaccins (Pfizer of Moderna) zonder noemenswaardige bijwerkingen. Vanaf nu wordt daarom aan alle zwangere vrouwen geadviseerd om zich te laten vaccineren, bij voorkeur met een mRNA-vaccin.
In het standpunt staat daarnaast vermeld dat de Gezondheidsraad geen bezwaren ziet voor vaccinatie bij vrouwen die borstvoeding geven, omdat aannemelijk is dat de vaccins niet in de borstvoeding terechtkomen.
Klik hier voor het nieuwe Standpunt Vaccinatie tegen COVID-19 rondom zwangerschap en kraambed 22 april 2021.

Ongeacht de vaccinatiestatus blijven voor zwangere vrouwen net als voor anderen, de reguliere voorzorgsmaatregelen zoals handen wassen, afstand houden en het dragen van een mondneusmasker onveranderd bestaan.

Werkgroep ‘COVID-19 en Zwangerschap’
Het Standpunt ‘Vaccinatie tegen COVID-19 rondom zwangerschap en kraambed’ is opgesteld door de multidisciplinaire werkgroep ‘COVID-19 en Zwangerschap’ met afgevaardigden vanuit de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie (NVOG), Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM), Patiëntenfederatie Nederland, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG).

Meer actueel