Nieuwsuur bericht vandaag over een spermadonor die zowel via fertiliteitsklinieken als buiten de klinieken actief is geweest en een groot aantal kinderen heeft verwekt. In het artikel wordt ook ingegaan op de rol van de NVOG in 2017. Naar aanleiding daarvan zetten we op een rij wat destijds is gebeurd en wat er sindsdien is veranderd.
Signaal in 2017
De NVOG ontving in 2017 een signaal over deze donor. De wetgeving en registratie boden destijds geen mogelijkheid om na te gaan of een donor bij meerdere klinieken in Nederland actief was. De NVOG heeft dit vervolgens besproken met de toenmalige Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en onder de aandacht gebracht bij de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (SDKB), met het verzoek de omvang van de casus te onderzoeken. Het gevraagde onderzoek naar deze donor is destijds niet uitgevoerd.
De bredere problematiek rond donoren die bij meerdere klinieken actief waren, is wel verder opgepakt. Onder andere binnen de NVOG is gewerkt aan verbetering van de registratie en het voorkomen van overschrijdingen.
Landelijke registratie sinds 2025
Sinds de wijziging van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting in 2025 is de registratie anders ingericht. Donoren worden landelijk geregistreerd en binnen fertiliteitsklinieken geldt een maximum van 12 moedercodes per donor. Daarmee kan worden voorkomen dat een donor via verschillende Nederlandse klinieken boven de toegestane grens wordt ingezet.
Donaties in de privésfeer, dus buiten fertiliteitsklinieken, vallen niet onder deze registratie.
Informeren van patiënten
Vrouwen die via een kliniek zijn behandeld met een donor bij wie een overschrijding is vastgesteld, zijn hierover eerder geïnformeerd. Naar aanleiding van de informatie die de afgelopen dagen over donor Simon naar buiten is gekomen, vindt de NVOG het belangrijk om deze vrouwen opnieuw te informeren. Op dit moment wordt onderzocht hoe dit zorgvuldig en binnen de geldende juridische kaders kan worden gedaan.
