STICRISC studie

Samenvatting

Vrouwen met een BRCA1/2 pathogene variant krijgen het advies om  een risico-reducerende salpingo-ovariëctomie (RRSO) te ondergaan rond de leeftijd van 40 jaar, hetgeen zeer effectief is in de preventie van het ovariumcarcinoom. Nadien houden deze vrouwen echter een restrisico op het ontwikkelen van een peritoneale carcinomatose. In de huidige studie werd een systematische literatuurstudie met individuele patiëntdata meta-analyse uitgevoerd om te onderzoeken wat het risico op een peritoneale carcinomatose is bij vrouwen mét en zonder een sereus tubair intraepitheliaal carcinoom (STIC) bij de RRSO.

Data van 3 nieuwe retrospectieve cohortstudies werden gecombineerd met data uit 14 reeds gepubliceerde studies. In totaal waren er individuele patiëntdata beschikbaar van 3.121 vrouwen van wie 115 een STIC hadden tijdens de RRSO. De Hazard ratio voor het ontwikkelen van een peritoneale carcinomatose indien een STIC werd gevonden bij de RRSO, was 33.9 (95% CI 15,6-73,9; P <0,001) in vergelijking met vrouwen zonder STIC bij de RRSO. Het vijf en tien jaar risico op het ontwikkelen van een peritoneale carcinomatose bij vrouwen met STIC was respectievelijk 10,5% (95% CI: 6,2-17,2) en 27,5% (95% CI: 15,6-43,9), terwijl dit respectievelijk 0,3% (95% CI: 0,2-0,6) en 0,9% (95% CI: 0,6-1,4) was voor vrouwen zonder STIC.

Uit deze studie blijkt dat, indien er een STIC wordt gevonden bij de RRSO, een vrouw met een BRCA1/2 pathogene variant een sterk verhoogd risico heeft op het ontwikkelen van een peritoneale carcinomatose.