Buitenlandstage

Themamiddag

(artikel in NTOG 2018/01 door Carolien Kanne, beleidsondersteuner NVOG)

In december 2017 vond de themamiddag ‘Randvoorwaarden Buitenlandstage’ plaats. De themamiddag was georganiseerd door de Koepel Opleiding. Doel van deze bijeenkomst was om met opleiders en aios ervaringen uit te wisselen over buitenlandstages en te bediscussiëren welke afspraken we hiervoor nodig achten om de kwaliteit en veiligheid te borgen. De middag werd gestart met een drietal presentaties door (voormalig) AIOS waarin hun ervaringen in het buitenland gedeeld werden met de aanwezigen. Respectievelijk twee stages in het Tygerbergh Hospital in Kaapstad door Anke Heitkamp en Sanne van der Kooij en een stage in Melbourne door Josien Terwisscha. Samenvattend kan vastgesteld worden dat de drie sprekers een buitenlandstage als een evidente meerwaarde zien. Je wordt (persoonlijk) uitgedaagd doordat je buiten je comfort zone werkt en in een andere cultuur terecht komt. Een kijkje in andermans keuken leert je te reflecteren en te relativeren op je werksituatie in Nederland. De exposure in het buitenland, zowel hoge volumes als ook zeldzame afwijkingen, creëren veel leermomenten in korte tijd. Daarnaast kan veel geleerd worden van andermans werkwijze en vice versa kun je ook kennis en ervaringen delen met de gastwerkgever in het buitenland. Wel moet je goed voorbereid beginnen aan je buitenlandstage en is het niet voor iedereen weggelegd. Je moet flexibel zijn, stevig in je schoenen staan en minimaal zelfstandig een sectio kunnen uitvoeren. Belangrijk is om vooraf voor jezelf leerdoelen vast te stellen en afspraken te maken voor een stage plan. Een mentor of begeleider ter plaatse wordt als een grote meerwaarde ervaren om snel wegwijs te worden en te kunnen overleggen. Met de aanwezigen is gediscussieerd of er centraal, bijvoorbeeld vanuit de NVOG, controle moet plaats vinden op kwaliteit en veiligheid van de stage. De NVOG heeft in 2014 hiertoe criteria opgesteld, zie ook het besloten deel van de NVOG-website > Koepels en Pijlers > Concilium > Reglementen. De aanwezigen bij de themamiddag achten deze criteria grotendeels nog steeds van toepassing. Een buitenlandstage moet o.a. minimaal in een, in dat land, erkende opleidingsafdeling plaats vinden. Een buitenlandstage, is alleen mogelijk met een akkoord van respectievelijk de U- én NU-opleider en wordt daarmee decentraal beoordeeld. Besproken werd dat in aanvulling daarop het NVOG Global Network geraadpleegd kan worden voor hun ervaringen met opleidingsklinieken in het buitenland en om af te stemmen of het een geschikte plek is voor een buitenland stage. Het NVOG Global Network heeft als missie zich te richten op samenwerking met internationale partners op het gebied van kennisuitwisseling in de vorm van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg, opleiding en wetenschap (betreffende de vier pijlers binnen de gynaecologie). Kernbegrippen hierbij zijn: samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en duurzaamheid. Eén van de specifieke doelen is samenwerking aan gaan en ondersteuning bieden voor een kwalitatief goede opleiding tot gynaecoloog in het buitenland. En eigen AIOS de mogelijkheid bieden tot internationale ervaring in kwalitatief goede en veilige omgeving. Daarnaast werd vastgesteld dat een checklist waar je als toekomstige stagiair aan zou moeten voldoen, van meerwaarde kan zijn. Dit zal worden opgepakt samen met het NVOG Global Network. Tot slot kan nagedacht worden over een voorbereidende training/cursus voor de stagiair en/of het delen van stage verslagen in een bepaald format op de NVOG-website.

Regels en procedure buitenlandstage

Criteria/Richtlijn Buitenlandstage Aios Obstetrie & Gynaecologie, vastgesteld op 26 september 2014, in Utrecht door het Concilium Obstetricum et Gynaecologicum:

  1. Een AIOS mag een deel van zijn opleiding in het buitenland doen. Een buitenlandstage kan pas worden aangevraagd in het differentiatiedeel van de opleiding na het behalen van IJkpunt II.
  2. Van alle gemaakte voortgangstoetsen mag er maximaal één met een onvoldoende zijn afgelegd.
  3. Alle verplichte cursussen zijn gevolgd.
  4. Een buitenlandstage moet aantoonbaar meerwaarde voor de opleiding hebben.
  5. De buitenlandstage vindt plaats in een, in dat land erkende, opleidingsafdeling en kan maximaal 1 jaar duren.
  6. Een buitenlandstage kan alleen plaats vinden indien de AIOS zijn/haar eigen financiering regelt. De AIOS wordt gedetacheerd met behoud van salaris vanuit Nederland naar de buitenlandse kliniek zonder dat hij aanspraak kan maken op reis- en verblijfskosten. Het clusterziekenhuis kan niet verplicht worden een additionele financiële bijdrage te leveren.
  7. In de aanvraag voor een buitenlandstage wordt een motivatie en een nauwkeurige omschrijving van de activiteiten opgenomen met tevens een voorstel voor een aangepast opleidingsschema. De AIOS dient aan te geven waarom de kennis en ervaring niet in de eigen (of een andere) OOR kan worden opgedaan. De toegevoegde waarde van de buitenlandstage blijkt uit het bijgehouden Persoonlijke Opleidings Plan (POP).
  8. Het portfolio is up to date en in overeenstemming met de opleidingsfase en is geaccordeerd door de U- en NUopleider. De eindverantwoordelijke opleider keurt de aanvraag uiteindelijk goed. Tijdens de buitenlandstage moet er goede communicatie tussen de opleider in buitenland en de eindverantwoordelijke opleider plaatsvinden over het POP, voortgang en competenties.
  9. Na lokale goedkeuring door U- en NU-opleider informeren AIOS en U-opleider het Concilium over de buitenlandstage. In geval van een meningsverschil tussen AIOS en NU-/U-opleider over de meerwaarde c.q. goedkeuring van de aanvraag voor een buitenlandstage kan bij het Concilium een bindend advies aangevraagd worden.
  10. Na goedkeuring door de U en NU opleider wordt de aanvraag voorgelegd aan de RGS die het definitieve besluit tot goedkeuring of afwijzing neemt. Ten aanzien van beroep of bezwaar gelden de regels van de RGS.
  11. Na afronding van de buitenlandstage vindt rapportage door de AIOS plaats. Bij voorkeur in het NTOG en het Concilium, maar in ieder geval in de eigen cluster.