BOEG

BOEG staat voor Bezinning Op de Eindtermen voor Gynaecologen. Het volledige document kun je hier downloaden.

Historie

In 2005 werd het nieuwe curriculum voor de opleiding tot gynaecoloog gelanceerd door de NVOG-groep Herziening Opleiding Obstetrie Gynaecologie (HOOG). Dit was naar aanleiding van rapporten uit Den Haag over de ‘arts van straks’, waardoor er behoefte ontstond om duidelijkere eindtermen te geven aan het curriculum tot medisch specialist. In die eindtermen moesten de verschillende competenties beschreven zijn volgende de CanMeds (2000), die niet alleen medisch inhoudelijk maar ook vakoverstijgend zijn (zie hieronder). Binnen HOOG was het de bedoeling dat de AIOS ook invloed heeft op de inhoud van zijn/haar opleiding. Dit vergt meer inzet van de opleider maar ook van de AIOS, zodat de effectiviteit zo groot mogelijk is van de opleiding.

Waarom BOEG

Door veranderingen in de zorg zoals hogere kwaliteitseisen, reorganisatie van zorg en technologische ontwikkelingen, en eisen aan de opleiding (dat door bijvoorbeeld normalisatie van de werktijden opleiden efficiënter moet gebeuren) was er behoefte aan bezinning op de eindtermen voor gynaecologen. Niet iedereen kan meer het vak in volle omvang uitoefenen. Daarnaast zijn de relaties met management en zorgverzekeraars en bijvoorbeeld ICT in de zorg complexer geworden en zijn competenties op die gebieden steeds belangrijker.

Wat is BOEG

BOEG is ons landelijk opleidingsplan. Het is gemaakt als beschrijving van de kernelementen en het geeft tips voor de opleiders om hun lokale opleidingsplan verder in te vullen. De opleiding is nu opgebouwd uit 2 basisjaren, 2 speciële jaren en 2 verdiepingsjaren. In de drie fases bestaat de inhoud van de opleiding in ieder geval uit diensten, operatieve vaardigheden en poliklinische vaardigheden. In de laatste fase komen daar rolspecialisatie(s) en therapeutische verdieping bij. In elke fase wordt de AIOS op verschillende vaardigheden beoordeeld en is de rol van de opleider aanvankelijk meer instructief en onderwijzend, later meer coachend en adviserend.

Voor de therapeutische verdieping heeft de AIOS de keuze uit de volgende differentiaties:

  • Perinatologie en verloskundige regie
  • Benigne gynaecologie
  • Urogynaecologie
  • Gynaecologische oncologie
  • Voortplantingsgeneeskunde
  • Een combinatie van bovenstaande profielen

In de laatste twee jaren van de opleiding bestaat ruimte voor een facultatieve rolspecialisatie. Dit houdt in dat de AIOS de mogelijkheid heeft om 20% van de tijd in te vullen met een specialisatie naar eigen keuze. Voorbeelden van een rolspecialisatie zijn:

  • Patiëntveiligheid
  • Kwaliteitszorg
  • Organisatie zorg en teams
  • Communicatie en marketing
  • Wetenschap
  • Onderwijs
  • Klinisch leiderschap
  • Financiële stromen

Verdieping in dergelijke onderwerpen kan de ‘waarde’ van een AIOS vergroten. De taak van de opleider ligt in dit geval bij het helpen kiezen van een rolspecialisatie die past bij een AIOS. De opleider is niet verantwoordelijk voor het aanbieden van de specialisaties, maar helpt de AIOS bij het vinden van een geschikt programma. Indien een AIOS er voor kiest geen rolspecialisatie te volgen zal deze tijd betrokken worden bij de standaard taken.

De inhoud van de opleiding tot gynaecoloog is ingedeeld in 15 verschillende thema’s, die als EPA’s zijn aangeduid (Entrustable Professional Activities). Een EPA omvat een opleidingsonderdeel dat inhoudelijk met elkaar samenhangt. Per EPA zijn er vaardigheden vastgesteld die op een bepaald competentieniveau moeten zijn behaald, bij de ijkpunten na 2, 4 en 6 jaar van de opleiding. Een overzicht van de EPA’s en de bekwaamheidsniveaus zie je op het Dashboard van EPASS. Bij de voortgangsgesprekken met je opleider bespreek je welk competentieniveau behaald is op basis van de beoordelingen en kan er middels een bekwaamheidsaanvraag in het portfolio het competentieniveau worden vastgelegd.

Zoals eerder gezegd is BOEG het landelijk opleidingsplan. Hoe de opleiding er binnen de verschillende clusters (lokaal/regionaal) en zelfs voor de individuele AIOS er uit ziet varieert. Er wordt gesteld dat de opleiding tenminste aan de volgende 4 eisen moet voldoen:

  • Alle thema’s moeten aan bod komen
  • Het minimum aantal toets momenten wordt gehaald
  • Gesprekken vinden plaats conform de richtlijn
  • Het portfolio (EPASS) is het uitgangspunt voor de voortgangsgesprekken en geschiktheidsbeoordelingen

De opleiding moet intern en extern getoetst worden. Intern door zelf te bepalen systemen (zoals DRECT, SetQ). Extern door een visitatiecommissie, samengesteld uit leden van de Plenaire Visitatiecommissie (PVC) van de NVOG, die haar verslag en adviezen uitbrengt aan de RGS. Bij de NVOG zijn de leden van de PVC ook lid van het Concilium.