Leeswijzer IGZ-indicatoren t.b.v. NVOG-leden, mei 2004

_DSC5308.jpg

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt toezicht op de kwaliteit van de gezondheidszorg. De IGZ wil toe naar een nieuwe vorm van preventief toezicht op de intramurale zorg. Deze nieuwe vorm van toezicht zal gericht zijn op uitkomsten van zorg. In dit verband stuurde IGZ op 31 december 2003 de Basissset Prestatie-indicatoren aan de Nederlandse ziekenhuizen.
Aanvankelijk koos IGZ voor het percentage sectio's en het percentage vaginale baringen na voorgaande sectio, die ook in de Verenigde Staten als externe kwaliteits-indicatoren zijn ingesteld.
Aan eerdere kritiek van de NVOG op deze twee indicatoren werd onvoldoende gehoor gegeven.
In de discussie over het sectiopercentage als indicator lopen inhoudelijke, politieke en bestuurlijke aspecten door elkaar. De politieke realiteit is dat de IGZ onze beroepsgroep deze indicator oplegt met het doel om meer transparantie over zorgkwaliteit te verkrijgen. Reële bezwaren of bedenkingen zullen door IGZ en de politiek als tegenwerking van de doelstelling worden opgevat. De NVOG staat in principe voor het doel van kwaliteitszorg en transparantie en heeft dan ook besloten om geen blokkade op te werpen tegen dit initiatief, omdat dat een verkeerd politiek signaal uit onze richting zou zijn.
De NVOG heeft tijdens een recent overleg met de IGZ nogmaals haar bezwaren tegen het gebruik van deze twee indicatoren kenbaar gemaakt. Hierbij werden onder meer de volgende punten naar voren gebracht:
Als externe indicator zijn deze indicatoren ongeschikt omdat zoveel confounding variabelen van invloed zijn zowel op het SC percentage als op de zorguitkomst. Een ander belangrijk bezwaar tegen de keuze voor deze indicatoren is dat er geen richtlijn bestaat voor indicaties voor SC. Er is dus geen referentiekader voor de optimale norm. Zowel hoog als laag (en alles daartussen) kan 'goed' zijn.

In een tweede overlegronde is wel geluisterd naar de NVOG. Het percentage vaginale baringen na voorgaande sectio is als indicator vervallen en het voorstel van de NVOG om het VOKS percentiel voor 'sectio totaal' als indicator te gebruiken is overgenomen. In de VOKS wordt het sectio percentage van een praktijk gecorrigeerd voor 15 factoren. In feite geeft dit percentiel aan wat andere praktijken bij een zelfde populatie zouden hebben gedaan. Met andere woorden, indien een kliniek zich op de 40e VOKS sectio percentiel bevindt, zal 60% van de praktijken op dezelfde populatie vaker een sectio doen, en 40% minder vaak.

Als interne indicator maken we bij de kwaliteitsvisitaties gebruik van de VOKS-percentielen, waarbij vooral aandacht gevestigd wordt op de VOKS percentiel P95. Hoewel de validiteit voor kwaliteit van zorg van deze indicator ook niet vaststaat, blijkt deze door het veld te worden aanvaard als indicator.
Een ander belangrijk voordeel van het gebruik van deze indicator is de beschikbaarheid. Vrijwel alle verloskundige klinieken nemen deel aan de LVR.

Hoewel er inhoudelijk bezwaren kleven aan de keuze voor de sectio als indicator is dit de politieke realiteit. Binnenkort zal ter verduidelijking een leeswijzer voor patiënten alsook een persbericht worden uitgegeven. De NVOG ziet het gebruik van het VOKS sectio percentiel met name als mogelijkheid om het eigen verloskundig handelen kritisch te kunnen beoordelen.
Het bestuur NVOG is van mening dat de indicatorendiscussie een politieke ontwikkeling is waaraan de NVOG op wetenschappelijk verantwoorde wijze en met voldoende draagvlak wil meewerken. De NVOG is voor een transparant kwaliteitsbeleid en vindt dat ze op dit vlak een actieve rol moet vervullen. Het onderwerp is te relevant om geheel aan anderen over te laten. Op voortvarende en professionele wijze zijn binnen de NVOG dan ook al meerdere initiatieven op dit gebied opgestart. Binnen enkele maanden mag een Nota Indicatoren worden verwacht met uitgangspunten en een plan van aanpak voor het opstellen van 'evidence based' NVOG-indicatoren, die mogelijk de huidige indicator voor extern gebruik zullen vervangen.
De NVOG streeft op het indicatorengebied naar een vruchtbare samenwerking met de Orde.

Commissie Indicatoren ad hoc, mei 2004

NVOG ledenboek

Het ledenboek is digitaal te raadplegen op de volgende link...

Lees meer
Geschiedenis

De oprichting In januari 1887 werd de ‘Amsterdamsche Gynaecologische Vereeniging' opgericht,...

Lees meer
Nieuwe brochure

Zwanger! 2010...

Lees meer